Winkelwagen


Uw mandje is momenteel leeg.

 
Goed Hard !?!
Versterkte muziek in de praktijk. Trends in volume en klankkleur. Misvattingen over geluidsversterking.

"Het moet zeker rond de 110 dB zijn geweest, in een klein café in Den Bosch. Op een paar vierkante meter stonden we met drums, elektrische viool, gitaar en bas. Met de versterkers op 10 kwamen zang en instrumenten net boven het schreeuwend enthousiaste publiek uit. Dat soort snabbels met de gitarist van de ‘Raggende Mannen’ waren een hilarische mengeling van smartlappen, rock evergreens en experimentele muziek. Heel leuk om te doen en liepen altijd uit op een dagje oorsuizen."


Goed Hard
Muziek moet je voelen, het liefst dreunend in je buik. Harde muziek is lekker. Daarmee knal je snel uit je dak. Boven de 95 dB wordt muziek een razendsnelle ‘feel good drug’, aangezwengeld door een verslavende biologische kick. Je voelt je zekerder, alerter en actiever. Door ‘te gaan voor hard’ wordt de schrikreactie voor te hard geluid onderdrukt en kun je kicken op de stoffen die in je lichaam vrijkomen.
Zelfs solo kun je met akoestische instrumenten al boven de 95 dB komen. En met de huidige techniek van geluidsversterking kan onze pijngrens van 120 dB makkelijk overschreden worden. De bijwerkingen voor ‘lekker hard’ zijn: 30% kans op gehoorproblemen waarmee enigszins te leven valt – 15% kans op ernstige klachten – 5% kans op arbeidsongeschiktheid.

Trends in smaak
In het omgaan met volume en klankkleur is een duidelijke tweedeling te horen tussen het streven naar een ‘natuurgetrouwe geluidsregistratie’ en het manipuleren van klank voor de verkoop.
Bij vooroorlogse 78 toeren grammofoonplaten liet en de mate van lawaai van de groeven bij het afspelen niet veel ruimte over voor dynamiek. Verbetering van de ‘direct-to-disk’ opnametechniek en de intrede van vinyl en resulteerde eind jaren ’50 tot hoge kwaliteit bij 78 toeren platen. Zo waren in die tijd veel klassieke orkesten, Elvis en Jazz grootheden als Charles Mingus al in ‘bijna-CD’ kwaliteit te horen.
Eind jaren ’60 wordt de ‘sound’ steeds belangrijker. Nieuwe verrassende geluiden en klankkleuren worden gebruikt om de aandacht van de luisteraar te trekken. En veel studio’s zorgen er in de eindmix voor dat de klank optimaal klinkt op de transistorradio, waar de meeste oren van de popdoelgroep zijn te vinden. Minder kwaliteit, meer verkoop. Ook in de klassieke wereld ontstaan standaards voor klankkleur van opname, waar Deutsche Grammophon een trendsetter is geweest. Klassieke en Jazz opnamen lijken gericht op natuurgetrouwe klankkleur, maar ook daar zijn verschuivingen te horen. Van een warme volle ruimtelijke klank in de jaren ’50 en ’60, naar een scherpere en directere klank vanaf de jaren ’80. De opkomst van de digitale opname schiep die meer heldere mogelijkheid. De veel grotere dynamiek (signaal/ruis verhouding) die op de eerste CD’s vaak gebruikelijk was, kwam helaas alleen tot zijn recht als je er in een stille ruimte echt voor ging zitten. De lijn van ‘natuurgetrouwe geluidsregistratie’ is alleen nog te vinden in de kleine groep audiofilen. Zeker nu MP3 gemeengoed is geworden.
Geholpen door commerciële radiostations verdween de dynamiek bijna geheel uit de muziek voor de grote markt. Als radiostation wordt je namelijk het snelst gevonden als je het volume maximaliseert door de dynamiek te verkleinen. Dat gebeurt met behulp van compression & limiting. Veel details in de muziek, zoals bijvoorbeeld ook de spraakverstaanbaarheid van zang, gaan hierbij soms verloren. Als compensatie voor compressie zie je in de jaren ’90 het opschroeven van hoge frequenties en toenemend gebruik van subwoofers. Ter illustratie van de degeneratie van klank, kijk op Youtube onder ‘Loudness War’: http://www.youtube.com/watch?v=3Gmex_4hreQ
Een leuke vraag is of we met onze oren nog echt proeven wat er te horen valt of dat onze smaak referentie bepaald wordt door wat het meest wordt verkocht.

Podiumklanken
Rock of klassiek, het gaat er op het podium even hard aan toe, meestal boven de 100 dB! Bij akoestische onversterkte muziek is de natuurgetrouwe klankkleur nog het meest te vinden. Bij versterkte settings hoor je het idioom van de geluidstechniek zijn stempel drukken.
In de versterkte muziek speelt de techniek een eigen leven. Er is in de vorige eeuw veel geëxperimenteerd met oversturen van versterkers, allerlei vervormende apparaten (distortion, fazer, wahwah enz) tot aan vellen van luidsprekers doorsteken zodat ze gaan aanlopen. Het doel is dat de sound heerlijk gaat ronken en een muur van geluid vormt waar je muzikaal tegen aan kunt leunen. Het maakt niet uit wat je speelt, het gaat om de beleving, opgaan in het geheel, uitstijgen boven jezelf. En dan ga je op de korte termijn niet stilstaan bij de eventuele gevolgen voor je oren, dat is ondergeschikt aan het speelplezier.

Misvattingen
Wat een aardig licht werpt op de praktijk van versterkte muziek en geluidstechnici is de visie van Marek Roland-Mieszkowski:
Veel geluidstechnici hebben geen formele opleiding en hanteren een potentieel gevaarlijke vorm van energie. - De meeste geluidstechnici gebruiken geen meters om een ‘veilige geluidssterkte’ in te stellen. Veel ‘op het oor’ ingestelde geluidsniveaus zijn schadelijk binnen het uur of zelfs minuten. - Volume en klankkleur instellingen worden meestal op het gevoel ingesteld en zijn vaak uit balans, door veel voorkomende ernstige gehoorschade bij geluidstechnici. – Geluidsinstallaties zijn tegenwoordig buitengewoon krachtig en hebben geen ingebouwde veiligheidsbegrenzer.
Over het publiek…:
Het publiek is bij wet niet beschermd tegen te hoge geluidsniveaus (red.: alleen de arbeidsrelatie binnen een organisatie is juridisch gedekt, vrijwillige deelname van een bezoeker aan een concert niet). – Het publiek houdt misschien wel van harde muziek, zeker als het al gehoorschade heeft, maar ervaart niet zoveel verschil tussen 85 en 100 dB, wat 32 keer schadelijker is. – Iedereen heeft het recht om zich bloot te stellen aan welk geluidsniveau dan ook. Gebeurt dat met voorkennis dat het schadelijk is, dan speelt de discussie een rol of de belastingbetaler daar voor moet opdraaien. – Wetten die alle betrokken partijen verplicht zich verantwoordelijk op te stellen worden zelden aangenomen.

Lange termijn
Is het een utopie om te willen musiceren en genieten van muziek tot na je tachtigste? En studenten op te leiden zonder gehoorschade? Daarvoor is een omslag nodig. Een uitdaging om alternatieven te ontwikkelen voor de korte termijn ‘feel good drug’ van harde muziek.
Wel uit je dak te gaan op de lange termijn, zonder gehoorschade of risico’s voor studenten en publiek. Door te spelen met klankkleuren en dynamiek. En met een uitgekiende presentatie en soepele sensuele timing weer terug te komen bij de kern van muziek. Verwondering oproepen met welke muziekstijl dan ook. Pure menselijke expressie, waar het oor gestreeld wordt en een snaar geraakt.

Hans Troost

©2009 - Oorbewust










 

ONGEHOORD

Voorlichtingsfilm over Hyperacusis
"Als gewone geluiden PIJN doen"
Lees verder...
 
Uitgaan festival veilig?
Belangenverstrengeling...
Lees verder...
 
Tinnitus Tool e.a.
Links: omgaan met tinnitus en hyperacusis
Lees verder...
 
Steeds jonger gehoorschade
Kinderen van 9 tot 11 jaar
Lees verder...
 
Ruis & Muziek
drie nieuwe CD's
Lees verder...
 
All rights reserved Oorbewust - © 2008 - 2013